De noodzaak van een schriftelijke overeenkomst met de BV

De noodzaak van een schriftelijke overeenkomst met de BV

Directeuren/enig aandeelhouders sluiten vaak geen schriftelijke overeenkomsten met de BV. Ze zijn het echter wel verplicht. Het lijkt vreemd, een afspraak met uzelf op papier zetten, u bent zelf de eigenaar, werkgever en werknemer, en toch moet het, het is een juridische verplichting .

Wetgeving

In het Burgerlijk Wetboek (BW) is namelijk een verplichte schriftelijke vastlegging van bepaalde overeenkomsten tussen de vennootschap en haar enig aandeelhouder opgenomen in artikel 2: 247.

Doel van dit wetsartikel is te voorkomen dat een enig aandeelhouder rechtshandelingen verricht in zijn eigen voordeel en ten nadele van de BV en de schuldeisers van de BV. Als de afspraken op papier staan, zijn deze gemakkelijker te controleren en te beoordelen op hun zakelijkheid.

Voorbeelden

Als voorbeeld van overeenkomsten tussen de directeur/enig aandeelhouder en de BV kunnen dienen:

  • rekening-courant overeenkomsten;
  • het verstrekken van een lening;
  • het geven van decharge;
  • het sluiten van koopovereenkomsten;
  • het toekennen van pensioenrechten;
  • het aangaan van borgstellingen;
  • het sluiten van een arbeids– of managementovereenkomst.

In de relatie tussen een zogenaamde Holding BV of Beheer BV enerzijds en een werkmaatschappij anderzijds betekent dit ook dat diverse overeenkomsten tussen deze BV’s schriftelijk zullen moeten worden vastgelegd.

Gevolgen

De gevolgen van het schenden van deze verplichting kunnen aanmerkelijk zijn. De straf op het niet naleven van deze verplichting is dat de BV de rechtshandeling kan vernietigen. In de praktijk zal dan ook op deze bepaling een beroep worden gedaan als de aandeelhouder waarmee de overeenkomst is gesloten niet langer de zeggenschap heeft binnen de onderneming. Hierbij moet worden gedacht aan de situatie  na een overname of – en dat komt vaker voor dan men denkt– wanneer de BV failliet is en de curator deze vordering kan instellen.

Stel nu dat een curator een rechtshandeling tussen de DGA en de BV vernietigt, bijvoorbeeld omdat er slechts een mondelinge arbeidsovereenkomst bestaat tussen de DGA en de BV, wat dan? Het gevolg van deze vernietiging kan zijn dat het salaris dat de BV aan de DGA heeft betaald op grond van de niet schriftelijk vastgelegde arbeidsovereenkomst geldt als onverschuldigd betaald door de BV en dus door de DGA moet worden terugbetaald.

Dit wetsartikel is dus met name ingevoerd om de curator bij faillissement van de BV een (extra) instrument te geven voor het inroepen van de vernietiging. En het is geen papieren tijger. Regelmatig verschijnen rechterlijke uitspraken over deze kwestie.

Art. 2: 247 BW is niet van toepassing in de situatie met meerdere directeuren-aandeelhouders of in relatie met derden, zoals werknemers, leveranciers, afnemers en andere contractpartijen. Het moge duidelijk zijn dat ook in deze situaties het hebben van goede schriftelijke overeenkomsten wenselijk is om onduidelijkheden en misverstanden te voorkomen.

Added Value is u graag van dienst bij het advies over en het opstellen van de diverse overeenkomsten

Added Value staat altijd voor u klaar.

Wij horen graag hoe we u van dienst kunnen zijn.

Terugbelverzoek

Vindt u het prettiger wanneer wij contact met u opnemen? Laat dan hier uw naam en telefoonnummer achter en wij bellen u zo snel mogelijk terug!